• Siebold

3 augustus 1823 — Dag 37

Sieboldblog map formosa

Iedere dag een stukje uit het dagboek van Siebold van de reis van Batavia naar Japan in het jaar 1823.

3 augustus 1823 — Dag 37
[Siebold slaat 3 augustus over in het dagboek]

Naar we later in het dagboek zullen vernemen woedt er een storm van 1-4 augustus. Op 2 en 3 augustus schreef Siebold daarom niets in zijn dagboek. Deze leegte biedt ons de mogelijkheid om deze twee dagen een bijlage over Formosa uit de Nippon af te drukken:

Bijlage: De verovering van het eiland Formosa (Taiwan) door de Chinees Koksenia in 1662. [deel 2]

Door Philipp Franz von von Siebold

Koksenia had zo'n weerstand niet verwacht van de kleine bezetting. Een aanzienlijk deel van zijn leger was gevallen en het leek hem beter om zijn strijdkrachten in te zetten om zijn heerschappij op Formosa te vestigen dan dat ze op te offeren voor de wallen van een fort, dat hij ook door uithongering zou kunnen dwingen zich over te geven. Hij begon daarom op 1 juni Zeelandia in te sluiten.

Ondertussen hadden de vijanden van Coyett in Batavia hun plannen bedacht, had de lastercampgne van Van der Lahn, Clenk en Verburgh gewerkt, en op 21 juni 1661 was de advocaat-fiscaal H. Clenk uitgevaren om Coyett van zijn post te ontheffen. Twee dagen later kwam het jacht Maria, een van de drie schepen die aan de jonken ontsnapten in de zeeslag bij Taiwan, naar Batavia en bracht het onverwachte nieuws van de aanval op Formosa. De sluwe plannen werden nu doorzien, het ontslag van Coyett werd vernietigd en een andere advocaat en magistraat, J. Caeuw, werd naar Zeelandia gestuurd om hulp te bieden. Maar zijn voorganger behield een snelle voorsprong en verscheen op 30 juli met wapperende wimpels voor de kust van Taiwan, waar hij tot zijn verbazing de vijandelijke jonken in de haven en de oorlogsvlag op het fort zag. Hij stuurde Coyett de brief waarin stond dat hij in ongenade was gevallen bij zijn regering, en kondigde zichzelf aan als zijn opvolger, maar ondanks herhaalde dringende oproepen om aan te treden, koerste hij naar het veilige Japan, waar hij zich met buitensporige schaamteloosheid aankondigde als gouverneur van Taiwan en zich liet overladen met eer.

De onder Caeuw gezonden hulpvloot arriveerde op 12 augustus op de rede van Taiwan. Hun verschijning bracht nieuwe hoop voor de belegerden en verspreidde schrik in het vijandelijke kamp, maar wind en golven verhinderden de landing, en Caeuw zocht opnieuw de open zee op. Ook hij verdween. Het optreden van de Nederlandse vloot was beangstigend voor Koksenia, aangezien hij zich nu vanuit Batavia bedreigd voelde, maar een storm wierp een schip van hun vloot op de kust van Formosa en maakte het Chinese leger duidelijk dat de conditie van de vloot, uitgerust voor de vernietiging, minder angstaanjagend was

Caeuw keerde op 10 september terug naar Formosa en ging voor anker onder de kanonnen van Zeelandia. De Nederlanders vielen aan op het water en op het land. Tegenwind dwarsboomde de aanval op het water, en pogingen om de vijand uit hun verschansingen op Baxemboy te verdrijven, mislukten ook. Dit heldhaftige verzet, hoe weinig voordeel het ook opleverde voor de belegerden, zorgde voor ontmoediging en onvrede in het Chinese leger, en de situatie van Koksenia was net zo precair en onzeker als die van de belegerden, onderdrukt en ellendig. Toen boden de Manchu, zegevierend in China, onverwachte hulp aan de Nederlanders. Nieuwe hoop deed de moed stijgen van hen die op Zeelandia volhardden, terwijl de uitdagende belegeraar met donkere wenkbrauwen naar zijn tegen hem gewapend vaderland keek.

Het aanbod van zo'n machtige hulp van buitenaf was misschien wenselijker dan dat van advocaat en magistraat Caeuw, wiens liefste wens het was om zo'n onaangenaam toneel te verlaten. Eerder had hij voorgesteld naar Batavia terug te keren, om van daar ondersteuning te vragen voor de belegerden, en een paar dagen eerder had hij zelfs de eer gevraagd om de vrouwen en kinderen van de Nederlanders daarheen te leiden. Hij bood zichzelf nu aan als ambassadeur bij de Manchuan-gouverneur van Fukian, en vond de raad bereidwillig. De redding van zijn landgenoten, de eer van zijn natie, het welzijn van de handel van zijn Compagnie werden aan hem toevertrouwd en hij verliet de akelige rede van Taiwan met vijf schepen. Hij had de opdracht gekregen om in geval er een storm op zou steken bij de Pescadores eilanden [50 km ten westen van Taiwan] te verblijven. Zodra hij de open zee had bereikt, haastte hij zich naar de Pescadores en bleef daar. Hij weerlegde de verzoeken en smeekbeden van zijn officieren met geheime instructies, vond het uiteindelijk nodig om het anker te lichten en koerste naar de nederzettingen van zijn landgenoten in Siam, waar hij trots verscheen met alle tekenen van een overwinning. Toen deze landgenoten beter ingelicht waren, en hem aan zijn plicht herinnerden, keerde hij terug naar Batavia, waar hij zijn daden bekroonde met een oorlogsrapport.

Terwijl Caeuw bij de Pescadores verbleef, waren drie van zijn schepen, die schade hadden opgelopen, teruggekeerd naar Formosa. Nadat ze hersteld waren, haastten ze zich terug naar de Pescadores. Caeuw echter, was inmiddels verdwenen en had een bericht van zijn vertrek naar Batavia achtergelaten. Dit bericht beroofde de belegerden in Formosa van hun laatste hoop. Ze zagen in dat de Nederlandse Compagnie bedrogen was door intriges en dat zijzelf verraden waren door hun eigen landgenoten. Geen wonder dat ziekte en ellende de moedige geesten van degen die in de steek gelaten zouden breken tot diepe ontmoediging. Overlopers maakten Koksenia eindelijk bekend met de staat van het garnizoen en de zwakheden van de vestingwerken. Hij opende drie batterijen tegen het fort, bestormde de schans van Utrecht en bestuurde van daaruit Zeelandia. Vastbesloten om zich tot het uiterste aan het hoofd van de zijnen te houden dacht de hooghartige Coyett nog steeds aan verzet, maar de gedachte aan hun onmacht, zonder uitzicht op verlichting, overtuigde de Nederlanders ervan dat, zelfs als ze de volgende bestorming zouden afslaan, verder verzet voor hen onmogelijk was. Beledigd, verraden, en in de steek gelaten, gaf Coyett uiteindelijk Zeelandia over aan de veroveraar in een eervolle overgave op 1 februari 1662, en ging met de rest van de zijnen naar Batavia een droevig lot tegemoet. Na twee jaar gevangenschap werd hij verbannen naar een van de Banda-eilanden, beroofd van zijn eer en bezittingen, totdat uiteindelijk, na twaalf jaar, zijn kinderen en vrienden in Holland zijn bevrijding bewerkstelligden door het inschakelen van de Prins van Oranje.[47]

Na het vertrek van de Nederlanders was Koksenia de absolute heer van Formosa. Hij vestigde de hoofdstad van zijn nieuwe imperium op de plaats van het huidige Taiwan fu, dat hij Tung ning, Oostelijke rust, noemde, en vestigde zich in het herstelde Zeelandia, nu Ngan ping ching genoemd. Hij stierf in het eerste jaar van Khang Shi (1662). Zijn zoon en opvolger Ching King Maï nam tegelijkertijd bezit van de Pescadores. Een expeditie die in 1664 door China tegen Taiwan werd gestuurd mislukte. In de jaren 1674, 1678 voerde Ching Koning Maï verwoestende invallen uit in China. Hij stierf in 1681 en liet een minderjarige zoon achter, Tsching Khe Shang. Toen Yao, de Shui-gouverneur van Fukian, de Chinezen van Formosa amnestie en herstel aanbood voor hun vroegere betrekkingen in China, keerde een groot deel van hen terug naar huis. Yao stuurde daarop een vloot tegen Formosa, de Pescadores werden ingenomen en om een aanval te voorkomen, onderwierp Ching Khe Shang, zich aan de heersende dynastie in China. Hij werd overgeplaatst naar een plek in de buurt van Peking met de titel van Wang (Prins). Sindsdien is Taiwan opgenomen in de provincie Fukian.


Het is dit jaar precies 200 jaar geleden dat Siebold aankwam in Japan. Hij vertrok op 28 juni 1823 vanaf Batavia voor de zes weken durende overtocht. Zijn verslag van deze reis werd voor het eerst gepubliceerd in 1897, in de heruitgave van zijn monumentale werk Nippon. Ter gelegenheid van de tweehonderdste verjaardag van deze reis zullen wij gedurende de komende zes weken zijn reis volgen aan de hand van dit reisverslag.


Bron: Siebold, Ph. Fr. von., Nippon. Archiv zur Beschreibung von Japan und dessen Neben- und Schutzländern Jezo mit den südlichen Kurillen, Sachalin, Korea und den Liukiu Inseln. Herausgegeben von seine Söhnen. Würzburg und Leipzig, 1897.

Vertaling Martien J. P. van Oijen

Lees verder over Siebold