- Siebold
- De Hofreis van 1826, door Martien J.P. van Oijen
- Dag 8 (woensdag 22 februari 1826)
Dag 8 (woensdag 22 februari 1826)
Uitzicht op het eiland Hikishima(引島)vanuit Kokura(小倉)door Kawahara Keiga (Wereldmuseum Leiden Coll. RV-1-4488-6).
Uitzicht op het eiland Hikishima(引島)vanuit Kokura(小倉). Lithografie naar een Schildering van Kawahara Keiga, uit 'Nippon' (Universiteitsbibliotheek Leiden)..
Siebold
Direct bij mijn aankomst in Kokura【小倉】had ik mijn leerlingen de opdracht gegeven om overal uit te kijken naar naturaliën en andere objecten, zoals boeken, plattegronden, kaarten etc. die belangrijk zouden kunnen zijn voor mijn onderzoek, en ze bij mij te laten brengen; –vanmorgen kreeg ik verschillende kraanvogels【鶴】, waaronder ik een voor mij tot nu toe onbekende soort aantrof, – Kuro tsuru【黒鶴】genaamd, d. betekent zwarte kraanvogel. Ook kreeg ik nog enkele andere levende vogels o. a. een Strix [uil]【梟】en een mees【四十雀】en enkele Fringilla’s [vinken]【ズアオアトリ】. – Pas tegen 12 uur biedt zich hier de beste gelegenheid aan om bij vloed over te varen naar Simonoseki【下関】. We probeerden daarom toestemming te krijgen om allereerst vanaf de brug de zo interessante straat tussen Kiusiu【九州】en Nippon【=本州】te bezichtigen. Die werd mij onmiddellijk verleend door de opperbanjoost【上検使】en nadat ik eerst met Dr Bürger mondeling mijn dank had overgebracht aan de opperbanjoost, gingen we met enkele begeleiders naar de brug, die het eigenlijke Kokura met het kasteel scheidt van het deel, eigenlijk een voorstad, waarin wij woonden. – Deze brug, over de rivier Harimot’【原本川】die ook wel Murasakigawa【紫川】wordt genoemd, is van hout. De pijlers en leuning zijn beslagen met gietijzer. – Volgens een snelle afmeting van de lengte en breede met voetstappen. Van hieruit zagen wij precies tegenover ons het eiland Hikusima【引島】en de eilandjes Motsure en Aisima in het NNW, we maakten hier met een zakkompas enkele observaties, terwijl mijn Japanse schilder de omgeving optekende en gingen enige straten door tot aan het kasteel van de landheer, waar onze begeleiders het niet raadzaam vonden om verder te gaan; grote toeloop van mensen – gaan terug over de brug – wandelen door enkele staten van de voorstad – en keren terug naar onze herberg met het vooruitzicht enkele zonshoogten te nemen – maar tevergeefs vanwege de bedekte hemel1 – wij verlaten tegen 12 uur het eiland Nippon【=本州】2 – en gaan in kleine bootjes naar de overkant. – Voor de rivier Harimot ligt een zandbank in een halve cirkel – De zee tussen Kokura【小倉】en Hikusima over het algemeen ondiep, van 4-7 vadem; aan de kust van Hikku met veel klippen, en wordt tussen Daili, een dorp de kaart van Kiushiu, en Hiku bijzonder smal3 ; Hiku heeft volgens de Japanners een omvang van zeven mijl, het is bewoond en de grootste plaats daarop heet Hajatomari. NO bemerkte ik een dorp? Tano kuwe[*?]. Ten oosten van Tomari ligt een onbeduidend eilandje Ganriusima, - wij voeren tussen dit eilandje en een kleine klip Josibese4 door. – We zagen een zeer veel zeevogels zoals ganzen, eenden, aalscholvers, futen, meeuwen en dergelijke – tijdens de overvaart trok speciaal de straat mijn aandacht, en ik probeerde met het kompas enige observaties te doen.– Mooi uitzicht op de stad Simonoseki en de uitgang van de straat met de daarvoor liggende eilandjes Kansiu en Mansiu, – aankomst in Simonoseki – de herberg vlakbij de haven – vriendelijke ontvangst – het bezoek van de pseudohollander Van den Berg5 – uitrusten van tot nu toe gedane inspanningen.
---------------------
1 [Zie pagina 483: Plaat XVI, Fig. T 103. – Trautz.]
2 [Een schrijffout voor Kiusiu? – Trautz.]
3 [Zie Kaart. – Trautz.]
4 Berucht vanwege de schipbreuk van de beroemde Japanse held Taikosama, [zie Plaat 39 – Trautz.].
5 [Itō Mokunojō. – Trautz]
De Sturler
Kwamen wij te Simonoseki【下関】vrij vroegtijdig, doch de geschenken kwamen eerst laat in den nacht aan, hetgeen mij speculatief voorkwam daar de Opper en onder Banjoosten【上検使と下検使】tegelijk met ons waren aangekomen en de geschenken dus zonder voldoende toezicht zoo lange te Kaefkura [= Kokura]【小倉】waren achtergelaten.
Zoo zeer ik reden had mij gestadig te ergeren over de aanhoudenden schandelijke [-streken] uitvluchten, leugens en verdere gewoonlijk slechte streken der Tolken【通詞】die gedurende de reis even gelijk te Dezima【出島】, hunne verregaande slechtheid aan de dag legden die ons de minste vrijheid, welke zij ons egter niet kunnen onthouden, altijd als eenen bijzondere gunst trachtten
te doen beschouwen, ten einde ons die ten duursten te kunnen verkopen, zoo zeer zegde ik, ik reden had mij daarover te ergeren. Zoo zeer in tegendeel had ik alle redenen van genoegen over het bijzonder vriendelijk en evenzeer heusch gedrag van den Opper en van den drie onder Banjoosten, die zijne hunne dienst met alle de meeste discretie en beleefdheid waarnamen, niet alleen maar ook zoo aan mij, als aan de beiden andere Heeren, alle de vrijheid lieten in onze handelingen als wij billijker ons konden verlangen. Dee eerstgen. daar ze scheen zijn gezag alleen te doen gelden om ons de reis gemakkelijk en aangenaam te maken.
Van Overmeer Fisscher
Door den Onder rapporteur [werd] medegedeeld, dat er gelegenheid was het Opperhoofd te schrijven, weshalven ik hem een brief voor Zijn Edelgestrenge afgaf, houdende alles zich wel bevind.
De Villeneuve
Een Brief van UED ontvangen Dit register tot zoover aan UwEd verzonden, de Planten heb ik ontvangen doch nog geene schelpen De Vogels zijn gezond ontvangen en zullen beter in de veederen komen om opgezet te kunnen worden Dr Rosaij heeft een weinig Hijiokaskwana gehaald voor het kind van D’Heer Visscher dat ziek is.