- Siebold
- De Hofreis van 1826, door Martien J.P. van Oijen
- Dag 12 (zondag 26 februari 1826)
Dag 12 (zondag 26 februari 1826)
Straat van der Capellenv, vanuit Dannowura(壇ノ浦) naar het NO kijkend. Lithografie naar een schildering van Kawahara Keiga, uit 'Nippon' (Universiteitsbibliotheek Leiden).
Siebold
Nemen al vroeg de lengte met de chronometer. – Er komen leerlingen van mij uit Nagata【長門】, Suwo【周防】en andere aangrenzende landstreken bij mij op bezoek om [mij] verschillende naturaliën e.d. aan te bieden. - Ik hield voor hen een korte redevoering betreffende de uitbreiding en de bevordering van de Europese wetenschappen, en bood hen mijn daadwerkelijke hulp aan. Ik had vroeger aan verschillend van hen op hun verzoek getuigenissen gegeven over hun vooruitgang en vlijt betreffende hun studie van de Europese wetenschappen onder de voorwaarde, dat zij een verhandeling zouden uitwerken over een onderwerp dat ik voor ieder van hen speciaal uitkoos. Deze verhandeling zouden ze mij overhandigen tijdens mijn reis naar het keizerlijk hof. Ik kreeg zojuist de volgende verhandelingen; van Sugiyama S’jor’ju【杉山宗立】, Over de bereiding van zout【塩の製造について】; van Jokota S’joseki【横田ショウセキ】Over verschillende ziekten in Japan【日本における注目すべき疾病について】; van Bunkio【井本文恭】, Opsomming, bereiding en gebruik van kleuren【染料とその製法と色彩について」; van Kawano koobay [Kosaki【河野コサキ】] Geografie van de landschappen van Nagats’ etc.【長門および周防国の地理と藩について】
Het enthousiasme van deze aanhankelijke mensen bracht me in beroering. Ieder van hen had uit zijn landstreek zieken meegebracht en hun aantal was zo groot, dat ze zelf het lot lieten bepalen wie er behandeld werd. – Ik deed enkele operaties zoals het aanleggen van een endeldarmfistel, het weghalen van een Scyrrus [kankergezwel] aan het preputinum [voorhuid] en de glanspenis, een pterygium [vleugelvlies], [en ik] herstelde een oude scrotum breuk en zag weerverschrikkelijk gevallen van onomkeerbare syphilis1.
----------------------------------------
1 [in de nalatenschap van Von Siebold bevindt zich een “Diarium medicinum” (van de maanden augustus en september, zonder jaartal) waarin verschillende van dergelijke gevallen genoemd zijn. – Trautz.]
De Sturler
Deed ik met den w: Scriba eene wandeling door de Stad en wij rustten in het naar huis gaan enigen oogenblikken in den Tempel Chorrans, aan welkers Priester ik een boontje vereerde.
S’ avonds onthaalde gaf ik den Opper, de drie onder Banjoosten【上・下検使】, de Tolken【通詞】, de beide Hospesen【大年寄2名=佐甲甚左衛門と伊藤杢之丞】op eenen Sakkineer partij, met twee Samsi【三味線】Speelsters, waarbij ook de Vrouw en de Dochters van den huize tegenwoordig waren.
Van Overmeer Fisscher
Niets aantekeningswaardig.
De Villeneuve
Senoksa van hier vertrokken