- Siebold
- De Hofreis van 1826, door Martien J.P. van Oijen
- Dag 18 (zaterdag 4 maart 1828)
Dag 18 (zaterdag 4 maart 1828)
Siebold
Na 9 uur ging ik met Dr Bürger aan land en wel op de Z.O punt van Jarosima, nadat ik aan boord een lengtemeting met de chronometer en enkele observaties met het kompas gemaakt had.1 We bestegen de berg, die de Z.O. kaap van dit eiland vormt, en genoten van een prachtig uitzicht. Het kustlandschap van Sikoku【四国】lag [in het] O[osten] voor ons uitgestrekt, en we lieten ons de kust aanwijzen, die Nagahama【長浜】2 genoemd wordt, waar de rivier Hijigawa【肱川】in zee uitmondt, en in het N + O de berg Kofusi【小富士】3. Deze berg wordt niet wegens zijn grootte, maar vanwege zijn gelijkenis met de beroemde berg Fusi【富士】zo genoemd. Op het strand werd een petrefact [= verstening, fossiel] een stuk tand van een mammoet Rjuge genoemd, gevonden. Deze petrefacten worden zeer vaak gevonden in Japan, voornamelijk op het eiland Sikoku in het Landschap Sanoki【讃岐】en op het eiland Sjoodosima【小豆島】ten noorden van Sanoki【讃岐】. Mijn leerling Riosai【高良斎】heeft drie jaar geleden de schedel van een mammoet met een lengte van ongeveer 6 tot 8 voet in Oosaka【大坂】 gezien, en hem als zodanig herkend toen hij hem kon vergelijken met een aan hem voorgelegde tekening. De vegetatie op deze eilanden is zeer beperkt. De zandige heuvels zijn bezet met alleenstaande dennenbomen (Pinus sylv. Th.), die hier en daar (met [de eik] Quercus serrata) kleine bosjes vormen. Buiten deze [bomen] vond ik alleen maar enkele struiken zoals Pittosporum Tobira, Eleagnus pungens, Hedara,Euonimus japonica: Ook bemerkte ik op de steile klippige oevers Eurya japonica Th., maar geen Eurya littoralis, M. Buiten Euphorbia coralloides, Dianthus Japonicus, Aster hispidus, T[..?..] Ilago japonica, Lespedeza soorten en enkele dorre Gramineeën konden we geen planten vinden. De hoge toppen van de bergen van het landschap Ijo, zijn met sneeuw bedekt. [We] zeilen met een frisse Z.Z.O. wind O.N.O. naar Mitterai【御手洗】toe. [We] bereiken deze haven tegen 5:30 uur, en passeerden de engte genaamd Okamu[ro]seto【オカムロ瀬戸】, die gevormd wordt door de eilanden Nagasima【長島】en Mitaraisima【御手洗島?】. Na hier doorheen gezeild te hebben gaat men oostelijk langs de op de Landstreek Ijo【伊予】op Sikoku gelegen eilandengroep en westelijk langs de eilanden van de Landstreek Aki【安芸】op Nippon【=本州】. Recht vooruit is het witgevlekte eiland Dadanowami4) te zien. De tegen 5 uur intredende ebstroom maakte dat onze schipper in de duistere nacht vreesde dat wij op de klippen zouden lopen. Om die reden zette hij de koers westelijk naar de kust van Miwara [Mibara【三原】], waar wij tegen 10 uur het anker lieten vallen..
--------------------------------------------------
1 Zie Observ. [ niet aanwezig. – Hgr}
2 In de landstreek Ijo.
3 Op de eilanden Kutsunassima【クツナ島】of Gogosima【興居島】.
4 Grofkorrelig graniet.
De Stürler
... wanneer wij omstreeks den middag weder onder Zeil gingen tot half elf Uren 'S avonds en te Mitterai 【御手洗】Anker lieten vallen.
Van Overmeer Fisscher
Dien verzoek [in] om morgen namiddag een wandeling naar buiten te doen.
De Villeneuve
Senoksa op het Eiland gekomen. Sebé heeft bomen voor de poort geplant.