- Japanmarkt
- Budo: Japanse vechtkunsten
Budo: Japanse vechtkunsten
Jaarlijks vinden tijdens de Japanmarkt budodemonstraties plaats in het Rijksmuseum van Oudheden. Voor deze gelegenheid heeft Willem Neuteboom een artikel geschreven over de verschillende vechtkunsten die tijdens de Japanamarkt 2026 worden getoond.
Budo
Budo is een verzamelnaam voor Japanse vechtkunsten en betekent letterlijk de martiale, bu, weg, do. De voorloper van het budo is het bujutsu, een Japanse krijgskunst gemaakt door en voor de kaste van de bushi, de Japanse krijgsadel, om zichzelf hun clan en hun grondgebied te verdedigen. Jutsu betekent methode of kunst in de zin van kennis en beheersing van martiale technieken.
Het bujutsu is geëvolueerd te midden van de aanhoudende oorlogen tijdens de Japanse middeleeuwen. Het systeem voorzag professionele krijgers van een technische en een psychologische training dat hen voorbereidde op het feitelijke gevecht. De nadruk ligt op de praktische kant van de technieken en op het directe gevecht. Belangrijke kenmerken zijn: techniek, effectiviteit, (zelf)discipline, morele en mentale vorming.
Tijdens de Edo periode, een tijd van relatieve maatschappelijke rust in Japan, worden scholen gesticht waar krijgskunsten wordt onderwezen. Een ontwikkelde vorm van bujutsu ontstaat, waarbij de nadruk ligt op de ethiek en de esthetica, dat met gebruikmaking van dezelfde wapens en fysieke trainingsmethoden streeft naar zelfrealisatie en zelfperfectie, waarbij techniek wordt gezien als middel.
Het huidige budo heeft zijn vorm gekregen op het breukvlak van de negentiende en twintigste eeuw. Technieken en methoden, oorspronkelijk in het bujutsu ontwikkeld voor oorlogvoering op het slagveld, zijn verworden tot een instrument waarmee de beoefenaar de rituele, ethische en spirituele waarden van de oude Japanse cultuur kan leren kennen. Het budo kan zodoende gezien worden als een microkosmos van de idealistische en gedisciplineerde samenleving waar het vandaan komt. Voor het begrijpen van budo is het daarom noodzakelijk naast de fysieke training ook de onderliggende principes te bestuderen.
Volgens Robert Venooy, in zijn boek 'Van de weg naar de straat', wordt in budo geweld en agressie gesublimeerd en geritualiseerd. Gewelddadige handelingen verliezen hun oorspronkelijke functie en worden sociaal en maatschappelijk aanvaardbaar als symbolische vormen met een pedagogisch doel. De weg van leven in tegenstelling tot technieken om te doden.
Disciplines met bijbehorende organisaties ontwikkelen zich, al naar gelang het inzicht van de oprichters en de maatschappelijk behoeften. Zoals daar zijn het kendo, jodo, iaido, naginata, kyudo, karate, taikikenpo, jujutsu, judo, aikido, aikijutsu, kenjutsu enz.
De meeste vechtkunsten die het budo vertegenwoordigen zijn pragmatische vormen van zelfverdediging met nadruk op het sportieve element. Een manier om in vorm te komen en fit te blijven, met aandacht voor blijvende gezondheid en mindfulness.
Om (top)sportbeoefening mogelijk te maken wordt voor het houden van wedstrijden aanpassingen gedaan. Reglementen maken het mogelijk dat de beoefenaar kan nu strijden zonder te sterven. Het is een fascinerende culturele recreatie en een belonende sociale activiteit waardoor het ook aantrekkelijk is als verdienmodel.
De meeste budoscholen echter benadrukken de klassieke tradities en idealen, met de achterliggende gedachte dat de filosofische en spirituele waarden gecombineerd met morele voorschriften het intellect voeden en daarmee introspectie en karakterontwikkeling stimuleren, wat wordt aangeduid als 'de weg'. Gebaseerd op oude metafysische principes van zelfverdediging is het budo in feite een fysieke discipline die pacifisme c.q. leven in harmonie met de natuur en sociale omgeving uitdraagt.
In grote lijnen omschrijft budoka en wetenschapper Patrick McCarthy het als volgt:
"Budo leert je het moment te omarmen, te leven in harmonie met de natuur en medemens. Het leert het diepe mysterie van jezelf te begrijpen. Hoewel de metafysische principes waarop het budo is gebaseerd dateren van langgeleden, de waarde kennen is begrijpen hoe deze in het tegenwoordige leven is toe te passen, de relaties die we delen, en de gemeenschap waarin we verblijven".
Iaido
Eeuwen lang is het zwaard het hoofdwapen en het symbool voor de Japanse krijgersklasse, de samoerai. Behalve het strijden met een getrokken zwaard, zoals op het slagveld, legt de Japanse krijger zich ook toe op het snel uit de schede trekken van het zwaard gevolgd door direct toeslaan. De kunst van het iai komt niet alleen op het slagveld van pas, maar ook in confronterende situaties in het dagelijks leven. Bijvoorbeeld als een samoerai of zijn meester plotseling worden aangevallen door iemand die zijn zwaard al heeft getrokken.
Hayashizaki Jinsuke Shigenobu, die omstreeks het einde van de Sengoku periode leeft (1467-1575), wordt als de vader van het iaido beschouwd. Naast het beoefenen van de zwaardtechnieken voor de krijg, legt hij de nadruk op fysieke en spirituele c.q. mentale ontwikkeling door de zwaardkunst. In de Edo periode wordt het iaido zeer populair bij de Japanse adel. Zij zien het iaido als belangrijk onderdeel van de opvoeding.
In het begin van de twintigste eeuw ontwikkelt de zwaardmeester
Nakayama Hakudo het Muso Shinden Ryu, vrij vertaald ‘de erfenis of het
gedachtengoed van de goden’. Hij heeft een grondige studie gemaakt van
de verschillende aspecten van het zwaardschermen en van diverse
zwaardscholen. Deze kennis komt tot uitdrukking in zijn stijl, die de
sporen van de rijke zwaardgeschiedenis van Japan bevat.
Naast de perfecte beheersing van de technieken staat in het iaido de
waakzaamheid en concentratie centraal, wat ook de vertaling is van het
woord iai. Deze gemoedstoestand is essentieel voor een samoerai om te
overleven. Op elk moment en vanuit elke positie moet een samoerai zijn
zwaard kunnen trekken, om in een vloeiende doorgaande beweging één of
meerdere tegenstanders uit te schakelen.
In het huidige iaido worden deze technieken nog steeds getraind. Dat
gebeurd door middel van vaste solovormen, die beginnen en eindigen met
het zwaard in de schede. Over het algemeen wordt er getraind met een
iaito, een niet scherp oefenzwaard, gemaakt van een metaal legering. Als
een beoefenaar meer ervaren is kan worden overgegaan tot de aanschaf
van een katana, een echt zwaard van ijzer of zelfs van staal. Het
uitgebreide curriculum bevat ook partnervormen, waarin voor de
veiligheid gewerkt wordt met houten zwaarden.
Het iaido is een jurysport. Elk seizoen worden er verschillende nationale en internationale wedstrijden georganiseerd. Vaak zijn deze gecombineerd met stages, waar capabele Japanse en Europese docenten les geven. Ook kan er een proeve van bekwaamheid worden afgelegd in de vorm van een dangraad examen. De Zen Nippon Kendo Renmei – de Japanse kendo bond, waar ook het iaido en jodo onder vallen – heeft een lijst samengesteld met standaard kata, waarvan een selectie getoond dient te worden bij wedstrijden en examens.
Jodo
Jodo is de Japanse krijgskunst waar een rondhouten stok wordt gebruikt ter verdediging tegen aanvallen van een Japans zwaard. Evenals het iaido en kendo komt het jodo voort uit de traditie van de samoerai. Muso Gonnosuke Katsuyoshi wordt beschouwd als de stichter van het jodo. Het verhaal gaat dat hij deze kunst ontwikkelt op het einde van de zestiende eeuw, als reactie op een verloren duel tegen de legendarische zwaardmeester Miyamoto Musashi. Later weet hij zich echter in een tweede duel te revancheren, dankzij zijn nieuwe kunst, die hij Shindo Muso Ryu noemt, ofwel "de weg van de goden".
Het systeem is gebaseerd op een rondhouten stok met een lengte van 1,28 meter, die langer is dan een gemiddeld zwaard, maar kort genoeg om tussen twee handen vast te houden. Hierdoor kunnen de beide einden van de stok gebruikt worden voor snelle slagen of stoten. De technieken van het Japanse zwaard, de speer en de hellebaard zijn in het jodo zodanig geïntegreerd dat het een effectief antwoord geeft op de aanvallen van een zwaardvechter. In aangepaste vorm worden deze stoktechnieken nog steeds gebruikt door de Japanse politie.
Tegenwoordig wordt het jodo beoefend door training van de individuele technieken en door de bestudering van de vaste partnervormen, waarbij de partner voorgeschreven aanvallen maakt met een houten zwaard. Er wordt getraind zonder lichaamsbescherming, wat betekent dat controle over de wapens hoge prioriteit heeft. Behalve het aanleren van wapentechnieken met bijbehorende lichaamsbeweging en motoriek wordt er ook aandacht besteed aan strategie, tactiek en mentale ontwikkeling. Het jodo wordt beoefend in de kleding die oorspronkelijk door de Japanse krijgersklasse werd gedragen: een katoenen wijde broekrok, een zogenaamde hakama, en een dik katoenen jasje een uwagi, beide in een donkerblauwe kleur.
De verworven vaardigheid in het jodo kan landelijk of op internationaal niveau worden gedemonstreerd in wedstrijdverband. Door het gelijktijdig uitvoeren van kata strijden twee paren om de eer, waarbij een deskundige jury beslist wie de winnaar is. Verder zijn er regelmatig dangraad examens, die in Nederland worden gehouden onder leiding van de Nederlandse Kendo Renmei, de sportbond waarin kendo, jodo en iaido samen zijn ondergebracht.
Kendo
Kendo, de weg van het zwaard, is een moderne Japanse krijgskunst van schermen gebaseerd op de katana, het Japanse zwaard.
Al vele eeuwen is het zwaard in Japan een geducht wapen gebleken. Het gaat in kendo niet meer om de praktische toepassing van de zwaardtechnieken. Het accent is al sinds de zeventiende eeuw verlegd naar het trainen van lichaam en geest door middel van het zwaard. Het oude kenjutsu als methode heeft zich ontwikkeld tot moderne kendo als sport, een explosief en geconcentreerd gebeuren.
Kendo is een zwaardvechtkunst waarbij gebruik wordt gemaakt van een shinai, een zwaard vervaardigd van bamboelamellen en een bogu, een lichaamsbeschermende uitrusting. De slagen en stoten die met de shinai kunnen worden gemaakt zijn alleen toegestaan op bepaalde delen van het lichaam. Er wordt geslagen naar de boven- en zijkanten van het hoofd, de onderarmen en de romp. Stoten worden gemaakt naar de keel en de borst. Deze trefvlakken zijn goed beschermd door de uitrusting.
De opvallende kreten en harde schreeuwen zijn een belangrijk onderdeel in het kendo. Deze kiai regelen de ademhaling, maken het lichaam stabiel, ondersteunen de technieken en zetten de tegenstander onder druk.
Het vergt naast snelheid een perfecte timing, goede technieken, slimme tactiek en een groot uithoudingsvermogen. Wedstrijden zijn in eerste instantie bedoeld om de eigenvaardigheid, inzet, conditie en concentratie te toetsen en te verbeteren. De etiquette in de dojo en op de wedstrijdvloer speelt van oudsher een belangrijke rol. Kendo wordt samen gedaan met respect en dankbaarheid voor de ander.
Al deze factoren vinden hun oorsprong in de middeleeuwse kenjutsu scholen, die in de daaropvolgende eeuwen hun techniek, gedachtengoed en vooral opvoedkunde steeds verder hebben ontwikkeld. Wat in de twintigste eeuw als resultaat een dynamische sport heeft opgeleverd. In Japan is kendo de grootste budodiscipline met zo’n 5 miljoen beoefenaars. Het kan worden beoefend op alle leeftijden als recreant of op wedstrijdniveau.
Naginata
De naginata, het maaiende zwaard, lijkt op een hellebaard of zwaardlans en kan gezien worden als een combinatie tussen een Japans zwaard en een een speer, ofwel een zwaard op een houten steel. Oorspronkelijk ontwikkeld door de Japanse krijgsadel voor oorlogvoering op het slagveld en veel gebruikt door de infanterie alsmede de berg- en krijgsmonniken voor de verdediging van hun kloosters. Daarnaast is de naginata uitgegroeid tot het iconische wapen van de onna-musha, de vrouwelijke krijgers behorend tot de Japanse adel.
De voordelen van de naginata op het slagveld zijn talrijk. Door de grote reikwijdte en formidabele slagkracht is het een geducht wapen op het strijdveld. De voetsoldaten gebruiken de naginata als een effectieve verdediging tegen de ruiters. Als de cavalerie een charge uitvoert wordt zij doorgaans in de eerste linie al opgevangen en tot staan gebracht door piekeniers en hellebaardiers, die een effectieve barrière vormen. De krijgers proberen de ruiters van hun paarden af te slaan of te haken en de poten onder de paarden weg te maaien, zodat de ruiter ten val komt om vervolgens korte metten met hem te maken.
Door de grote wijde slagen maakt het wapen veel snelheid waardoor, samen met het gewicht van de kling, een grote kracht wordt ontwikkeld, die helmen en harnassen kan doorklieven. Het ondereind van de schacht wordt gebruikt voor weren, steken en slagen. Op het ondereind van de schacht zit een ijzeren kap met een punt, die gebruikt wordt om de vijand een genade stoot te geven wanneer deze op de grond ligt. Doordat beide uiteinden van een naginata kan worden gebruikt is een grote variatie van gevechtstechnieken mogelijk, maar het vergt wel voldoende ruimte. Door het wapen niet alleen op de uiteinden maar ook in het midden vast te houden kan het nagenoeg even snel worden gebruikt als een zwaard.
De afmeting en het gewicht van een naginata variëren naar behoefte in de tijd, van een redelijk werkzame afmeting, net iets langer dan een zwaard, tot wel een lengte van 2.50 meter, de zogenaamde o-naginata. De klingen zijn vervaardigd door zwaardsmeden die hun ambacht tot ongekende hoogte en verfijning hebben ontwikkeld.
Gedurende de Edo periode ontstaan scholen die zich specialiseren in het gebruik van de naginata. De naginata heeft zijn nut bewezen in oorlogstijd maar in vredestijd raakt het enigszins in onbruik bij gebrek aan een ruim strijdveld. Bovendien maken vuurwapens het mogelijk om van grote afstand ruiters van hun paard te schieten. Het blijft echter een favoriet wapen bij vrouwen, aanvankelijk om huis en haard te beschermen tegen onheil, daarna als middel om lichaam en geest te scherpen.
Zoals uit het kenjutsu het kendo als een sport ontstaat, zo wordt in het begin van de twintigste eeuw uit het naginata jutsu ook een sportieve versie ontwikkeld met regels, speciale beschermende kleding en aangepaste wapens. Voor kata doeleinden wordt een naginata gebruikt geheel gemaakt van eikenhout met een lengte tussen 2.10 en 2.25 meter. Voor kumite en wedstrijden wordt een schacht van eikenhout en een blad van gelamineerde bamboe gebruikt, die makkelijk vervangen kan worden. De kleding en beschermende uitrusting zijn bijna hetzelfde als bij kendo. Scheenbeschermers zijn een vereiste, omdat ook technieken naar de onderbenen wordt gemaakt.
In 1990 wordt de Internationale Naginata Federatie opgericht en vanuit Japan stuurt de Zen Nihon Naginata Renmei coaches en instructeurs naar het buitenland om de vaardigheden van de naginataka op een hoger niveau te brengen.
Kenjutsu
Kenjutsu is een paraplubegrip voor alle oude Japanse zwaardscholen van voor de Meiji periode. Het zijn krijgskunsten ontwikkeld voor oorlogvoering. De nadruk ligt op praktische en dodelijke vechtscenario’s voor op het slagveld. Het woord kenjutsu betekend zwaardmethode of zwaardkunst.
Yūkikan is een in Utrecht gevestigde vereniging waar traditionele Japanse budo wordt beoefend. Er wordt drie oude tradities beoefend, waarbij elke school zijn eigen karakteristieke technieken en trainingsmethodiek heeft.
. Tenshin Shodan Katori Shinto ryu: zwaard, naginata, yari, kodachi, bo en iai.
. Motoha Yoshin ryu: jujutsu, hanbo en iai.
. Kukamishin-ryu: jujutsu, zwaard, yari, bo en hanbo.
Karate
Het Japanse karate is ontstaan in het Ryukkyu koninkrijk op het eiland Okinawa, uit een synthese van een aantal vechtkunsten. De belangrijkste hiervan zijn het Chinese quanfa en qinna alsmede het inheemse systeem van zelfverdediging dat bekend staat als te.
Het quanfa is traditioneel Chinees vuistvechten en bestaat uit verschillende oude gesystematiseerde zelfverdedigingsdisciplines, die beoefend worden door de monniken van boeddhistische Shaolintempels en taoïstische Wudangtempels. Qinna is een oude vorm van Chinees worstelen vooral gericht op controleren van een tegenstander zonder toebrengen van ernstig letsel.
Gedurende de lange relatie met China, sinds de 14e eeuw, op het gebied van handel en cultuur zijn deze systemen uitgewisseld en verder doorontwikkeld tot één karakteristieke Japanse vechtkunst. Aanvankelijk was het een populaire bezigheid onder de aristocratie van Okinawa, als alternatief voor het wapenverbod opgelegd door de koninklijke administratie na een periode van opstand. De principes van het quanfa worden uiteindelijk gecultiveerd door vooral politie en ordehandhavers, als aanvullende vaardigheid ten behoeven van de wetshandhaving. De vroege karatemeesters op Okinawa noemen hun systeem toudi-jutsu ofwel China hand methode, waarbij tou naar China verwijst, di of te is hand en jutsu is methode.
Door het toepassen van krijgskundige principes op een grote hoeveelheid huiselijke voorwerpen, die als wapen konden worden gebruikt, ontstond naast het vuistvechten een eclectische methode van zelfverdediging, het zogenaamd kobudo, wat letterlijk betekend oude krijgskunst.
Tijdens de Satsuma bezetting vanaf 1609 wordt het verbod op wapenbezit opnieuw ingevoerd wat de beoefenaars noodzaakt om op de ingeslagen weg in het geheim door te gaan. Mede dankzij kata, de formele oefeningen van het klassieke karate, is de erfenis door de jaren heen bewaard gebleven en doorgegeven naar de huidige tijd.
In het begin van de 20e eeuw brengen de vertegenwoordigers van het toudi-jutsu een aantal veranderingen aan om hun discipline op een aannemelijke wijze te kunnen introduceren als nationale sport op middelbare scholen en het vaste land van Japan.
De naam karatedo wordt geïntroduceerd en de nadruk wordt meer gelegd op gezondheid en fitness in plaats van zelfverdediging. Karatedo betekend 'weg van de lege hand' en refereert aan zelfverdediging zonder wapens. Het karakter 'kara' staat voor leeg, 'te' voor hand en 'do' voor de spirituele weg. De expliciete verwijzing naar China is hierdoor naar de achtergrond verschoven. Gezien de politieke situatie in die tijd een slimme zet. In 1933 wordt het karatedo officieel erkent als een moderne Japanse budo door de Dai Nippon Butokukai, de overkoepelende organisatie voor Japanse vechtkunsten. Karate stijlen worden geregistreerd, waaronder het Goju-ryu, Wado-ryu, Shotokan en Shito-ryu.
Na de tweede wereldoorlog wordt het karate over de wereld verspreid door met name terugkerende Amerikaanse soldaten die tijdens hun verblijf op Okinawa in contact zijn gekomen met het karate. Verder dragen Hongkong en Hollywood vechtfilms bij aan de bekendheid van het karate. De Japanse budoscholen en organisaties zijn daarnaast zeer actief met het uitzenden van leraren met een missie naar diverse landen.
Jūjutsu
In het algemeen wordt het jūjutsu omschreven als het ongewapende vechten van de samoerai. Een methode van zelfverdediging in de vorm van worsteltechnieken, met ook gebruik van de zogenaamde kleine wapens.
Het jūjutsu is een oude discipline die ver terug gaat in de Japanse geschiedenis. Er zijn verhalen overgeleverd uit de achtste eeuw over beroemde ongewapende duels die worden gehouden met gebruik van alleen worstel- en vuisttechnieken.
Door de vele oorlogen in de middeleeuwen krijgt het ongewapende vechten een versnelde ontwikkeling. Krijgers op het strijdveld zijn gepantserd in stevige harnassen. Voor het dichtbij gevecht worden korte wapens gebruikt. Als wapens niet meer voor handen zijn hebben impact technieken in de vorm van stoten en slagen naar het lichaam weinig effect. In plaats daarvan passen de krijgers stevige paktechnieken toe met balansverstoring om een tegenstander op de grond te werpen en vervolgens daar te controleren. Daarna hebben ze twee opties, de tegenstander doden en vervolgens te onthoofden als bewijs van overwinning of levend gevangen nemen om later in te wisselen voor losgeld. Het worstelen met wapenuitrusting wordt nog steeds beoefend en staat bekend als yoroi kumi uchi.
Aan het begin van de meer vreedzame Edo periode houdt de krijgsadel in herinnering dat gedurende tijden van vrede, de oorlog niet vergeten mag worden. Het oefenen van het lijf aan lijf gevecht gaat door en wordt verder ontwikkeld. Ongewapende vechtsystemen ontstaan in een myrade aan scholen met verschillende klinkende namen. De vechtkunst wordt geschikt gemaakt om in dagelijkse kleding te beoefenen en dient om zowel gewapende als ongewapende tegenstanders het hoofd te bieden. Met het verdwijnen van wapenuitrustingen nemen de technische mogelijkheden toe in de vorm van greep- en werptechnieken, slagen, stoten en trappen naar vitale punten alsmede klemmen en verwurgingen. Karakteristiek voor het klassieke jūjutsu zijn gewrichtsklemmen gecombineerd met worpen en de kunst van het vastbinden van de tegenstander.
Naast het zwaard, de speer en de naginata, de basis wapens van de
samoerai, wordt tevens de kleine wapens bestudeerd. Te denken valt aan:
dolken, korte zwaarden, stokken van verschillende afmeting, verzwaarde
kettingen en meer exotisch ijzeren waaiers.
Gezien de isolationistische politiek van het Tokugawa-shogunaat in deze
tijd kan gesteld worden dat de invloed van Chinese vechtkunsten minimaal
is.
Vanaf de zeventiende eeuw komt de naam jūjutsu in zwang. Jū is een transcriptie van het woord yawara en kan worden vertaald als flexibel, soepel en zacht, meegevend. Jutsu is methode, kunst in de zin van kennis en beheersing van martiale technieken. Buiten Japan wordt fonetisch meestal de term jiujitsu geschreven.
Hoewel in de praktijk soms brute kracht wordt gebruikt, blijkt uit de naamgeving de filosofie van meegeven met de kracht van de tegenstander in plaats van kracht met kracht vergelden. De aanval manipuleren door de kracht en richting van de aanval te gebruiken en zodoende controle over de balans te verkrijgen met mogelijk een succesvolle tegenaanval.
De samoerai wordt overbodig, als Japan is opgenomen in de vaart der volkeren en het feodale systeem is afgeschaft als gevolg van de politieke omwenteling tijdens de Meiji-restauratie. Een aantal van hen begint les te geven om de kost te verdienen. Burgers kunnen nu ook jūjutsu beoefenen. Een speciale vorm van jūjutsu voor vrouwen en het sport jūjutsu worden ontwikkeld. Verder wordt het uitgebreid bestudeerd voor politie- en legerdoeleinden.
Het jūjutsu heeft zijn weg naar de wereld gevonden en staat aan de wieg van groot aantal eigentijdse budodisciplines, die zijn ondergebracht in organisaties met enthousiaste beoefenaars. Naast het hedendaagse jūjutsu zijn dat onder meer het Kodokan jūdo van Kanō Jigorō (Tenjin shinyō ryū + Kito ryū), het aikido van Ueshiba Morihei (Daito ryū aiki-jūjutsu) en het Wadō ryū karatedō van Otsuka Hironori (Shindō Yōshin ryū). Vooral het Braziliaanse sport-jiujitsu met de beroemde grondtechnieken van de familie Gracie heeft veel bewondering in de huidige vechtsportwereld afgedwongen.
Aikido
Aikido is ontwikkeld door Morihei Ueshiba (1883-1969), die verschillende traditionele vechtstijlen combineerde om een unieke vorm van zelfverdediging en bewegingsleer te creëren.
Hoewel aikido een relatief jonge vechtkunst is, vindt het zijn oorsprong in disciplines zoals jujutsu, Japans zwaard- en speervechten. Ueshiba o-sensei studeerde zwaardkunst onder meester Masakaktsu Nakai, die in zijn stijl het botsen van zwaarden vermeed. Dit vertaalde zich in het aikido naar vloeiende ronde bewegingen van wapen en lichaam.
Het door Morihei Ueshiba ontwikkelde aikido staat bekend als aikiai aikido en kent geen wedstrijden. Het draait om het beheersen van vechtprincipes, zoals het bewaren van balans, de afstand tot de aanvaller en timing. Samenwerking en respect staan centraal tijdens de training. Aikido is geschikt voor iedereen, ongeacht leeftijd of fysieke kracht. Het draait om harmonie (ai) met de beweging en energie (ki) van de tegenstander.
Aikidolessen richten zich op mentale en fysieke weerbaarheid. Innerlijke rust en balans zijn de sleutel. De beoefenaar leert om te gaan met stress en agressie. In plaats van brute kracht wordt efficiënt gebruik gemaakt van de eigen energie en die van de tegenstander. De energie en beweging van de tegenstander leer je te gebruiken om een conflict op een gecontroleerde en harmonieuze manier op te lossen.
Aikido School Leiden is een dojo waar de traditionele Japanse krijgskunst aikido wordt beoefend. De lessen worden gegeven door Sander Rodenburg, een ervaren aikidoka en 4e dan aikikai, erkend instructeur binnen de Nederlandse budo-organisatie. Bij Aikido School Leiden zijn beginners en gevorderden welkom om kennis te maken met deze krijgskunst. De training vindt elke donderdag om 20:00 uur plaats.
Wado-ryu karatedo
Het Wado-ryu karatedo, ook wel aangeduid onder de naam Wado-ryu jujutsu kenpo, is ontwikkeld door Otsuka Hironori I in het begin van de vorige eeuw. De stijl is thans uitgegroeid tot een grote stroming binnen het traditionele karate en staat onder leiding van sandai soke Otsuka Hironori, de derde generatie grootmeester van de Otsuka familie.
Het Wado-ryu is een eigentijdse budo gericht op ongewapende zelfverdediging, waarbij de nadruk ligt op lichaamsbeheersing en effectief bewegen met gebruikmaking van worstel- en impacttechnieken. Het combineert het jujutsu van de samoerai, de principes van de Japanse zwaardkunst samen met het traditionele Okinawa karate.
Hironori Otsuka was al grootmeester in het Shindo Yoshin ryu jujutsu
voordat hij in contact kwam met het Okinawa karate. Het Shindo Yoshin
ryu is een van de oude jujutsu stijlen die uitgaan van de metafoor van
de buigzame takken van wilgenbomen. Deze takken buigen door als er een
kracht op komt en veren weer terug als de last is afgegleden. Het
benadrukt natuurlijk bewegen, flexibiliteit en elegantie.
Het Wado-ryu wordt gekenmerkt door realistische technieken, die op
een natuurlijke, soepele manier worden uitgevoerd. Overbodige spanning
en bewegingen worden achterwege gelaten, zodat met een minimaal
energiegebruik een maximaal resultaat wordt behaald. Daardoor is het een
goede training voor zelfverdediging en is het geschikt voor
sportbeoefening in wedstrijdverband. Het is daarnaast een ideale manier
voor jong en oud om samen de conditie te verbeteren, stress te
verminderen, nieuwe energie op te doen en in balans te komen.
Wado betekent ‘de weg van de harmonie’, wat aangeeft dat het meer is dan zelfverdediging of sport. Het is een budo waarmee de beoefenaars zichzelf zowel lichamelijk als geestelijk kunnen ontwikkelen.
Tai-ki-kenpo
Tai-ki-kenpo is een Japanse interne krijgskunst ontwikkeld
door Sawai Kenichi (1903-1988). Hij combineerde zijn budo-ervaring van
het judo, kendo en iaido met yiquan ofwel 'mind boxing’, dat hij leerde van de Chinese grootmeester Wang Xiangzhai. Yiquan kent zijn oorsprong in Hsing-i, één van de drie Chinese traditionele interne vechtstijlen.
De Nederlandse karateka Jan Kallenbach sensei kwam in 1967 in contact
met Sawai Kenichi, toen hij lessen volgde bij de Kyokushin karate
grootmeester Mas Oyama. Onder indruk van de kwaliteiten van Sawai en het
tai-ki-kenpo, werd Jan Kallenbach één van zijn belangrijkste
leerlingen. In 1987 verkreeg hij de hoge leraren titel kyoshi. Terug in
Nederland richtte Jan Kallenbach zijn eigen dojo op waar naast karate en
judo ook het tai-ki-ken werd aangeboden aan een selecte groep
leerlingen. Na het overlijden van Jan Kallenbach in 2021 is Hans Bakker
benoemd tot zijn opvolger van de tai-ki-ken groep van dojo ShinShinBuKen
te Amsterdam.
Tai-ki-kenpo kenmerkt zich doordat het geen gebruik maakt van vaste
voorgeschreven technieken maar uitgaat van een aantal universele
principes van omgaan met inkomende energie, zoals: absorberen (mukai),
wegdraaien (harai), voor zijn (sashi) en botsen (daken). Deze principes
geven de kenpoka de vrijheid om de technieken vanuit spontaniteit,
intuïtie en eigen originele energie (yuan chi) uit te voeren.
Tai-ki-ken heeft vorm doordat het geen vorm heeft. Het is daarmee een
interessante vechtkunst voor gevorderde martial arts beoefenaars, die de
vaste voorgeschreven vormen op hun eigen originele manier willen
doorontwikkelen.
De trainingen zijn voornamelijk opgebouwd uit staande houdingen
(chi-kung), partneroefeningen gericht op applicaties en balansverstoring
(tui-shou), vrij en spontaan bewegen (tan-shou) en sparringsvormen
(kumite). Binnen de stijl wordt vechten meer als kunst beschouwd,
overwinningen op jezelf en minder als sport, overwinningen op de ander;
hoewel de laatste een belangrijke rol kan spelen bij de eerste. Het
trainen van tai-ki-kenpo lijkt op een mix van vechtkunst, zen-meditatie
en chi kung.
Voorjaar 2026, Willem Neuteboom, info@willemneuteboom.nl