Wonen

Japans Woonhuis

In Japan werden de huizen lange tijd alleen van onbewerkte materialen gebouwd. Hout, in de vorm van pilaren en planken, gevlochten stro en
papier. Dit gold voor de paleizen van het keizerlijk hof maar ook voor de boerenwoningen. De ruimte in een groot huis werden verdeeld in kamers
door schermen of met ingebouwde schuifdeuren.

De lichte materialen maakten de huizen vooral geschikt om koel te zijn in de zomer en maakte het makkelijk om ze uit te breiden. Door de panelen open te schuiven werd een huis haast deel van de natuur eromheen. Maar dit ideaal gold maar voor een klein deel van de Japanse huizen. Boeren leefden in boerderijen die meestal nogal donker waren. En de winkeleigenaren en andere middenstanders beschermden hun huizen met houten luiken tegen al te nieuwsgierige blikken.

In de winter waren de huizen vaak koud. Gietijzeren schalen met gloeiende kooltjes op een laag zand zorgden voor warmte in de verschillende ruimten. Door 's avonds een heet bad te nemen, thuis als men een bad had of anders in een badhuis in de buurt, en daarna snel te gaan slapen, had men wat minder last van de kou.

In huis zaten de bewoners op de grond op kussens of lage stoelen rondom een lage tafel. Onder de tafel was een kuil waarin een zelfde gietijzeren schaal werd geplaatst. Door een overhangend kleed bleef de warmte onder de tafel en kon men zich warmen door dicht aan te schuiven. In wat rijkere huizen werd het eten opgediend aan individuele kleine tafeltjes en moesten de schalen met kooltjes voor de warmte zorgen.

Er waren geen ramen van glas maar verschuifbare panelen die met papier waren bespannen. De panelen konden worden weggeschoven om licht en lucht toe te laten. Ervoor zaten houten luiken of panelen die zorgden dat het huis kon worden afgesloten. Het papier in de panelen moest regelmatig worden vervangen. Zeker in een huis met kinderen, die stilletjes gaatjes in het papier prikten met hun vingers, om de volle maan te kunnen zien, zoals enkele haiku gedichten ons vertellen.

Boerenwoningen hadden een vloer van aangestampte aarde en enkele ruimten met een plankenvloer. Huizen van de middenstand hadden ook plankenvloeren en enkele ruimte met tatami matten. Deze matten van 10 tot 12 centimeter dik, zijn gemaakt van gevlochten stro die rondom een vulling is vastgenaaid en rondom afgezet met een donkere bies.

Een ander vast onderdeel van een huis is een nis, de tokonoma, waarin een inkt schildering of kalligrafie wordt opgehangen boven een vaas of schaal met een ikebana bloemschikking. Het langwerpige schilderij of de tekening wordt kakemono genoemd. Volgens traditioneel gebruik wordt de kakemono en het bloemstuk aangepast aan de seizoenen, aan feestdagen zoals nieuwjaar en bijvoorbeeld de dagen rondom volle maan.

Er was lange tijd geen vaste slaapkamer in de huizen. 's Avonds werden 2 of 3 gewatteerde futon dekens uitgelegd en afgedekt met een of meer minder dikke gewatteerde dekens. Overdag werden deze futons in een diepe kast opgeborgen.

Tegenwoordig woont het merendeel van de Japanse bevolking in forse appartementenblokken. De woningen zelf zijn niet erg groot. De meubels kunnen een mengeling van Europese en Japanse stijl zijn. De woningen zijn vaak gevuld met elektronische apparaten die het leven van de bewoners aangenamer maken, zoals kleine wasmachines en rijstkokers. 

In Nederland zijn er geen traditionele Japanse woningen te bezichtigen. Wel hebben sommige Japanse restaurants een traditionele tatami kamer. Ook de dojo's waar Japanse vechtsport wordt beoefend hebben vaak een tatami vloer.