Flora

Japanse Flora

In tegenstelling tot de bloemrijke westerse tuinen zijn de Japanse tuinen juist indrukwekkend door de verstilde eenvoud.

Het altijd groene mos en de patina van de gebruikte stenen geeft sfeer van rust en tijdsloosheid; gevoelens die de Japanse tuinarchitect steeds in zijn ontwerp tracht in te bouwen. De fraaie rotsen, het gebruik van water, en de vele evergreens maken dat de tuin er het gehele jaar door mooi uitziet, wat vooral in kleine tuinen aantrekkelijk is.

Om wisseling van de seizoenen te accentueren worden voor ieder jaargetijde enkele planten met bijzondere kleuren gebruikt die een mooi contrast vormen tegen de donkere achtergrond van de dennen. Bijzonder geliefd zijn de wit-roze sierkersen in de lente en de rood-goudgeel verkleurende Japanse esdoorns in de herfst. Snoei is een tweemaal per jaar terugkerende gebeurtenis en heeft tot doel de compositie van de tuin te behouden. Daarnaast wil men de bomen een uitgebalanceerde vorm geven die zoveel mogelijk de natuurlijke groei moet weergeven.

Kennis van de mythologie en de literatuur helpt de symboliek in de tuinaaleg te ontdekken en te begrijpen. Shinto, door zijn verbondenheid met de natuur, en Boeddhisme, vooral het Zen-Boeddhisme met de hang naar reductie en leegte, hebben grote invloed gehad op de kijk op de natuur en de tuinaanleg.

Phillip Franz von Siebold heeft, tijdens zijn verblijf als arts op het eiland Deshima in de baai van Nagasaki, veel planten en zaden verzameld. Een omvangrijke collectie gedroogde exemplaren (12.000) en houtmonsters bevindt zich in het Nationaal Herbarium Nederland in Leiden. Meer dan 700 levende planten en 400 zaden werden door Siebold naar Nederland gebracht en vonden hun weg naar de Hortussen van Gent en Leiden. 15 van de oorspronkelijke planten, die Siebold destijds naar Nederland stuurde, groeien nog steeds in de Hortus Botanicus in Leiden. Hier bevindt zich ook de Siebold gedenktuin en een Japanse tuin in Kare-san-sui (droge landschaps-) stijl.

De grote verdiensten van Siebold was dat hij planten niet alleen voor de wetenschap verzamelde, maar vrijwel tegelijkertijd exemplaren uitgaf aan kwekers, zodat in korte tijd de Aziatische planten over Europa werden verspreid, hetgeen een grote aanwinst voor het Europese assortiment betekende.

In Leiden, op de plek waar nu zich de Sieboldstraat en de Decimastraat bevinden, startte hij een kwekerij, van waaruit tal van soorten als Aucuba, Skimmia, Kerria, Wilde Wingerd, Blauwe Regen, Hosta, Japanse Lelies, Japanse esdoorns, Hydrangea, Weiglia, Spirea, Viburnum, Clematis, Magnolia en verschillende Coniferen hun weg naar de Nederlandse tuinen hebben gevonden. In bijna iedere tuin in Nederland kan men tegenwoordig Japanse planten vinden.